Tagarchief: WMO

Mijn peperdure, onbruikbare rolstoel

Wat kan ik me ergeren aan de stompzinnige onwilligheid van fabrikanten en leveranciers van rolstoelen. Opnieuw heeft mijn dure rolstoel zulke grote problemen dat het niet gebruikt kan worden, net als de vorige keer. De problemen kunnen steeds opgelost worden door iets simpels bij te bestellen. Iets dat ze volgens mij ook meteen mee hadden kunnen leveren. Ook al hoef ik het niet zelf te betalen, het irriteert me mateloos als een rolstoel om deze reden nog duurder uitvalt en het nog langer duurt voordat ik het kan gebruiken.

Mijn nieuwste rolstoel heeft peperdure wielen, ze zijn zo duur vanwege een nieuw systeem dat (elektrische) ondersteuning geeft bij het rollen. Het werkt super en gaat lekker hard, maar het probleem is dat de hoepels zo glad zijn dat ik niet kan remmen. Dat geeft best wat veiligheids-issues.

Als de fabrikant me eindelijk terugbelt en ik dit meld, zegt hij dat het probleem bekend is “hiervoor moeten silicone hoepel-hoezen aangevraagd worden. Dat is altijd, mevrouw.” Vooral dat achteloos uitgesproken laatste zinnetje maakt me laaiend. De wielen kosten een fortuin, maar de broodnodige silicone hoesjes worden niet meegeleverd?

Mijn vorige rolstoel kwam met een vergelijkbaar probleem, dat werd pas maanden later opgelost nadat ik een mail had gestuurd naar alle betrokkenen, inclusief de burgemeester en wethouder.

De fabrieks-monteur is vandaag eindelijk langs geweest om de luxe wielen af te stellen op mijn persoonlijke behoeften. Hij had geen hoesjes voor de hoepels bij zich, die opdracht had hij niet gekregen. Ondanks dit gedoe heb ik goede zin, dat komt vooral door het onverwacht mooie weer.

Ter compensatie van de silicone hoepel-hoesjes trek ik mijn grote skihandschoenen aan en rol de warme lentezon tegemoet.

Advertenties

Eindgebruiker

Nu de prachtige rolstoel met supersonische wielen geleverd is, een half jaar na de aanvraag, heb ik nog wat vragen over de wielen. De elektrische wielen kunnen namelijk aangepast worden naar behoeftes en wensen van degene die in de rolstoel zit. Omdat diegene elke dag ben, denk ik dat ik een belangrijke speler ben in dit geheel van ambtenaar, rolstoeldeskundige, verkoper, fabrikant en gebruiker.

Nadat ik eindelijk contact heb met iemand van de verkopende partij die mijn rolstoel moet afstellen, waarschuwt hij me dat ik nooit rechtstreeks met een deskundige van de elektrische wielen-fabrikant mag bellen. Ik stribbel tegen. Hij hoeft wat mij betreft zijn drukke agenda niet vrij te maken voor mij, ik kan ook alleen met deze wielen-specialist spreken en mijn wensen voorleggen. Mijn eerdere ervaring met dergelijke wielen is dat een deskundige feilloos en snel de instellingen kan aanpassen.

De verkoper legt het nog maar eens ‘geduldig’ uit. Zij hebben de opdracht en het geld gekregen van de gemeente om deze rolstoel aan te schaffen en aan mij in bruikleen te geven. De verkopende partij is nu eigenaar van de rolstoel, de gemeente heeft betaald. Ik ben geen partij in dit geheel.

Ik ben slechts de eindgebruiker.

WMO-rolstoel-taxi-pasje

Ik heb me jarenlang verzet tegen het aanvragen van een rolstoeltaxi-pasje bij de WMO. Het gedoe met de gemeente, aanhoren van zoveel onbegrip, haast moeten smeken om iets te krijgen van de ambtenaren die mij in het verleden hebben uitgemaakt voor “dief van gemeenschapsgeld” en door wie mijn vriend “hardvochtig” werd genoemd, omdat hij (toen nog geen 35) niet mee wilde naar een bejaardenwoning.

Inmiddels is er veel veranderd bij de aanvraag van zo’n pasje en de ambtenaren hebben ondertussen cursussen moeten volgen over gehandicapten en gesprekstechnieken. Maar er was toch echt een sterke motivatie nodig om mijn weerstand te overwinnen en die diende zich afgelopen maand aan, met onverwachte gevolgen.

Omdat ik vluchtelingen help bij het leren van de Nederlandse taal en ik me graag onderdeel voel van de groep ‘taalmaatjes’, wil ik bij hun bijeenkomsten aanwezig zijn. Ik kan toch moeilijk elke keer mijn vriend vragen om te rijden of een dure taxi bestellen? En dus besluit ik eindelijk dat WMO-pasje voor rolstoelvervoer aan te vragen. Na veel gezoek en gebel (het pasje dat ik kocht bij de vervoerder blijkt niet te gelden voor mensen in een rolstoel), stuurt een WMO-ambtenaar me het aanvraagformulier toe dat ik direct invul. Telefonisch legt ze me uit dat ik een ‘keukentafelgesprek’ krijg, waarover ik verbaasd ben, want ik heb mijn rolstoel van de gemeente, daarover hebben zij toch wel een dossier? “Nou ja, het keukentafelgesprek kan ook in de vorm van een telefoontje.”

Het onverwachte effect van mijn actie dit pasje aan te vragen is dat ik me opeens zo vrij voel! Ik kan dan met een betaalbare taxi naar die bijeenkomsten van de taalmaatjes, maar ook naar mijn familie, vrienden en zelfs naar mijn favoriete kapper. Ik hoef niet steeds anderen te vragen om me ergens heen te brengen, of me zorgen te maken omdat mijn vriendin met auto nog niet naar huis wil en ik al wel.

Helaas blijkt er wel een wachttijd van acht weken voor dat keukentafel- of telefoon-gesprek.

 

Lekker anoniem

De post bracht een vragenlijst van de gemeente, betreffende de ondersteuning die ik het afgelopen jaar kreeg van de WMO. In de bijgaande brief wordt me verzekerd dat het allemaal anoniem is en geen gevolgen zal hebben voor eventuele vervolg aanvragen. Dat is mooi. Voorafgaand aan de vragenlijst wordt mijn anonimiteit nogmaals herhaald.

Ik heb de vragenlijst ingevuld en wil de WMO-medewerkers eigenlijk een pluim geven. Sinds de vorige vragenlijst is er veel verbeterd met de communicatie tussen mij en de WMO. Dat de levering van mijn rolstoel zo’n drama werd, had veel te maken met de leverancier en werd uiteindelijk door de gemeenteambtenaren van de WMO aardig opgepikt. Ik kreeg afgelopen jaar tenminste een contactpersoon, wat al veel winst is in vergelijking met een jaar of drie geleden.

In de vragenlijst heb ik mijn relatieve tevredenheid tot uiting gebracht en nu wil ik het opsturen. Op de bijgesloten enveloppe hoeft geen postzegel. Fijn. Maar nu blijkt dat het adres op de enveloppe niet helemaal is ingevuld. Achter “de ontvanger” en “bureau” staan stippeltjes. Nergens in de brief of enquête staat wie of wat hier ingevuld moet worden, dus verzin ik het zelf met een soort van ‘gezond verstand’. Het worden de wethouder en bureau WMO.

Dan zie ik dat op de enveloppe ook een afzender gezet moet worden.

Lekker anoniem.