Tagarchief: Thuis

‘Simpele’ vervanging van mijn trippelstoel

Mijn oude, trouwe trippelstoel is stuk en kan helaas niet meer gemaakt worden. Ik was nogal verknocht aan deze stoel waarop ik met mijn voeten (trippelend) rond rolde. Ik zat er dagelijks vele uren op achter mijn bureau, aan tafel en, omdat de stoel ook omhoog kon, ook aan het aanrecht.

Omdat een nieuwe stoel slechts ter vervanging van de oude is, hoeft er gelukkig niets uitgebreid aangevraagd te worden bij de zorgverzekeraar. De monteur, die voor de leverancier werkt, vertelt me dat het allemaal erg simpel is. Hij zal er direct eentje bestellen, die er waarschijnlijk over twee weken al is. Hij vraagt meteen even voor me na of er een ‘leen-trippelstoel’ is om die twee weken te overbruggen. Nee, helaas.

Als ik twee weken later nog niets gehoord heb bel ik met de leverancier. Daarvan hoor ik dat ik niet bij hem, maar bij de zorgverzekeraar moet zijn want die moet toestemming verlenen. Ik bel mijn zorgverzekeraar en die zegt dat de leverancier beoordeelt of ik zo’n stoel nodig heb. Ik bel weer met de leverancier die me ervan verzekert dat hij echt eerst toestemming nodig heeft van de verzekeraar.

Tot mijn verbazing komt de leverancier een paar dagen later al een gloednieuwe trippelstoel brengen. Ik ben blij met deze verrassend snelle levering en geef mijn oude trippelstoel mee aan de man die nog mompelt dat het innemen van een kapotte trippelstoel niet op zijn lijstje stond.

Zojuist kreeg ik een telefoontje van de leverancier dat, in opdracht van de verzekeraar, zijn deskundigen bij me langs zullen komen om te beoordelen welke trippelstoel ik nodig heb. Pas daarna bestellen ze een stoel en krijg ik deze van mijn zorgverzekeraar in bruikleen. De nieuwe stoel blijkt helemaal niet míjn nieuwe stoel te zijn, het is slechts een leen-trippelstoel.

Het is allemaal niet zo simpel.

Advertenties

De verdwenen postbode

Een paar dagen geleden zag ik dat er water stond op de houten vloer van onze woonkamer. Gelukkig was het schoon en helder water, snel ruimden we het op. In eerste instantie leek het mee te vallen, maar diezelfde dag nog trokken de planken krom en was de schade nauwelijks te overzien.

Na inspectie blijken we een verstopping in de riolering te hebben en die moet via de rioleringsput, die precies voor de voordeur zit, worden opgelost. Nu mijn vriend de betonnen put heeft uitgegraven (die zit altijd veel dieper dan je hoopt), blijkt deze vergaan te zijn. Omdat hij niet nog een keer zo’n diep gat wil graven, besluiten we de put meteen te laten vervangen. Hoewel dat al binnen enkele dagen zal gebeuren, zijn we deze dagen dus niet bereikbaar via de voordeur.

Ik heb buiten gezeten om de bezorger van de boodschappen op te vangen en weet te voorkomen dat ons bezoek in de narigheid stapt. Nu verwacht ik niemand meer en zit weer binnen, waar het lekker warm is.

Opeens zie ik de arm van een postbode in de richting van de bel gaan. Ik ben blij want hij komt vast mijn online bestelde shirtjes bezorgen. Dan denk ik aan het diepe gat voor onze voordeur. Ik wil hem nog waarschuwen, maar plots is hij verdwenen! Hij zal toch niet …?

Maar jawel, hij is in het gat gevallen.

Therapiehond

Mijn fysieke vooruitgang heeft ook een nadeel. Hoewel ik inmiddels best in huis kan rondlopen, kan ik er nog bar weinig doen. Buiten de deur zit ik in een rolstoel en dat is steeds weer een enorme aanslag op mijn energie en bovendien niet praktisch. Op een keukentrapje staan, om bijvoorbeeld de ramen te zemen, kan ik niet en ook de was ophangen lukt me niet.

De lijst van niet-kunnen gaat maar door en ondertussen zit ik hier te popelen om iets te gaan doen. Ik kan eindeloos zeuren over iets niet kunnen en over mijn verveling, ware het niet dat Sykes, onze hond, daar volslagen lak aan heeft. Hoezo verveling? Je mag me altijd kriebelen. Hoezo frustratie? Ik sta te popelen om met je te spelen, gooi die bal nu maar.

Het was de bedoeling dat Sykes me zou helpen met het aangeven van spullen, dat is nog steeds niet helemaal gelukt, maar ze weet wel als een volleerde therapiehond hoe ze me uit een dipje moet halen. Ik gooi het balletje onhandig weg en het belandt in de vijver, Sykes springt er enthousiast achteraan.

Heerlijk zo’n therapiehond

 

Lente

Daar is ie dan, de lente! Heerlijk, je voelt het in je hele lijf. Zelfs als het niet zo warm is en de zon niet schijnt, ruik en hoor je de lente. We kunnen weer buiten zitten!

Omdat we op een heuvel wonen en ik buiten een trage lift moet nemen om op de straat te komen, mag Sykes van ons in onze achtertuin plassen. Graven mag ze niet in onze tuin, maar dat doet ze op elk onbewaakt ogenblik toch. Ze mag ook niet aan de vijverplanten komen, maar die heeft ze toch al opgegeten of eruit getroken. Ze mag ook al niet op het bruggetje komen, maar ze had in een fractie van een seconde door dat ik haar daar echt niet achterna kom en dus doet ze dat toch.

Heerlijk lente, beetje jammer van ons grasveldje.

IMG_4774

Surfen

Vroeger deed ik dat zo graag, windsurfen. Lekker op het water, weg van alles. De zon hoefde niet eens te schijnen, want ik had een warm surfpak. In mijn eentje op plekken op een meer komen waar verder alleen eenden kwamen. De ‘grindgaten’ (zandafgravingen) waren mijn favoriet om op te surfen want die hadden het meest heldere, zoete water.

Er moest wel een beetje wind staan, want zonder wind is het lastig surfen. Dan sta je op een wankele plank, mast rechtop, giek in de handen en het gevoel nergens houvast aan te hebben. Dan kan het nog beter heel hard waaien, dan kun je eraan gaan hangen. Ik kan al lang niet meer surfen en heb ik mijn surfspullen weggegeven. Het zijn fijne herinneringen, die surfmomenten.

Ik laat onze pup (Sykes) nog wel eens een plasje doen op het gras achter mijn huis, dat kan ik lopend en dat gaat best goed. Hoewel ik vreselijk veel moeite heb met staan in een open ruimte, sta ik wel stevig op het terras als ik haar aan de uitlaatriem vasthoud en zij, al trekkend aan de lijn, haar ding doet op het gras.

Het werkt net als bij het hangen aan een surfzeil, het makkelijkst als het een beetje waait en moeilijk als het niet waait. En net als bij het surfen is het lastig als de druk opeens wegvalt of van een andere kant komt. Als Sykes me opeens een onverwachte kant uit trekt dan gaat het mis, dat gebeurt gelukkig maar zelden.

De associatie is sterk en fijn: windsurfen met Sykes.

Als kat en hond

Ik snap katten zoveel beter dan honden. Ze maken zichzelf schoon, komen je mauwend halen als ze iets willen, begrijpen vrijwel onmiddellijk dat ze op de bak moeten poepen en hebben direct door waar ze water kunnen vinden, buiten hun eigen drinkbakje. Daar staat natuurlijk tegenover dat je honden veel meer kunt leren en vooral, dat je van honden veel meer kunt vragen.

Daar ligt eigenlijk het probleem. Ik heb geen enkele ervaring met een hond iets aanleren. Zo’n beetje alles wat ik hierover lees druist in tegen wat ik weet van onze twee huisdieren; poezen. Duidelijke instructies geven heeft bij hen bijvoorbeeld geen enkele zin. Ze luisteren toch niet. Consequent zijn ook niet, ze houden echt niet op met proberen. Aan de andere kant kan ik ze eindeloos eten voorschotelen. Ze eten alleen hun eigen brokjes en bovendien ‘over-eten’ ze niet. Ze houden op als ze genoeg hebben gehad. Dat schijnt bij honden wel anders te zijn. Ook hoef ik bij mijn poezen de vacht niet te verzorgen en ik hoef ze niet uit te laten.

Over een paar weken komt er hier een puppy. Enorm schattig en (nu nog) kleiner dan onze poezen. Ik probeer de poezen al een poosje uit te leggen dat er een hondje in huis komt wonen. Tegen beter weten in hoop ik dat ze dat begrijpen. Steeds als we de afgelopen weken de pup bezochten, viel ons de verschillen op tussen katten en honden. De pups zijn heel wat klungeliger dan kittens, na enkele weken kunnen ze nog nauwelijks op hun pootjes staan en klunzig over elkaar heen gevallen liggen ze te slapen. Schattig, maar ook heel erg hulpeloos. Door dit aanzicht werden we met onze neus gedrukt op onze verantwoordelijkheid voor het welzijn van dit diertje.

Maar of ik dat onze poezen uit kan leggen?

IMG_3933

Golden pup

Een hulphond opleiden is echt heel erg duur. Er is ook nog een bijkomend probleem, tot wat moet mijn hulphond getraind worden? Tot blindengeleidehond, ADL hond of een combinatie? Wat ik nodig heb na mijn volgende terugval is niet te voorspellen. Misschien heb ik over 20 jaar pas echt een hulphond nodig, dan heeft de hond een dure opleiding gehad, maar is al lang dood.
We kregen visite van een wat ouder bevriend stel. Zij en een vriendin van haar blijken jarenlang betrokken te zijn geweest bij Stichting Hulphond. Haar vriendin is nu ook met pensioen en ze vinden het met z’n tweetjes leuk om onze hond te begeleiden.
Dat was wat we zochten! Zelf zorgen voor de basistrainingen en met enthousiaste mensen de hond (en onszelf) verder ‘specialiseren’. Meteen ben ik achter de computer gedoken en heb in een recordtempo heel veel gelezen over wat er over Nederlandse Golden Retrievers te lezen is. Ik had al snel een leuke e-mail wisseling met de eigenaresse van een door mij uitgezochte kennel. Zonder dat ik precies begreep wat dat was, heb ik ons op de ‘puppylijst’ laten zetten. Daarna ben ik de betekenis op gaan zoeken. Daar werden we een portie enthousiast van, we gaan een puppy krijgen!
Eerst moest het resultaat van de echo nog afgewacht worden. Vier weken na de bevruchting is te zien of de beoogde mama-hond een nestje draagt. Spannend. In gedachten hebben we al een naam bedacht en spulletjes gekocht, van mand tot piepballetje. Zojuist kwam de uitslag.
Ze is niet zwanger.

 

Duur hondje

pup1

Het scheelde echt bijna niets, of we hadden een Golden Retriever pup aangeschaft. We zaten er zo dicht bij! Deze pup wilden we zelf opleiden tot officiële hulphond. Inclusief een Europese identiteitskaart en zo’n dekje waarop staat ‘niet aaien’. We hebben wekenlang filmpjes bekeken van puppy’s in training, waarvan sommigen zo’n hulphondendekje op hun rug hadden met daarop een L. Smelt, schattiger konden ze het niet maken. Het uitlaten en zelfs de aanpak van het zinnelijk maken van onze pup hadden we al uitgedacht.

Ik heb op dit moment niet heel hard een hulphond nodig, maar we waren gevoelig voor het argument dat ik juist nu in staat ben om plezier te beleven aan de hond en, ook belangrijk, om mezelf te trainen. Ook de gebruiker van de hulphond moet getraind worden en het zou fijn zijn als ik daar dan de puf voor heb.

Een moeilijk punt bleef dat onze beide huispoezen het niet zagen zitten. De laatste keer dat er een hond in hun huis kwam, hebben ze hem efficiënt verjaagd door elk van een andere kant  zijn neus ‘te benaderen’.

We weten dat een puppy kopen duur is, tel daar het voer, mand, medische en andere kosten bij en dan kom je tot de slotsom dat een hond best veel geld kost. Eigenlijk wisten we dat wel en dus kropen we weer achter de computer om nog meer leuke filmpjes van hulphonden in actie te zien. We hadden al een naam bedacht, zelfs een chique tweede naam en een ‘peet(suiker-)tante’ gevonden.

Vandaag kwam het bericht wat de opleiding van onze eigen hond tot hulphond gaat kosten.

Het gaat niet door

Lentekriebels

De puinhoop, het lawaai en het gestamp van de bouwvakkers heeft ze er niet van weerhouden.

Het lenteweer heeft ze ertoe aangezet.

Vanaf de muur van onze nieuwe aanbouw, van onder een laagje blaadjes, springen ze opeens  omhoog. Dit stelletje, dat elkaar maar niet los wil laten.

Pas wanneer ze in de vijver naar beneden zinken, worden ze uit elkaar gedreven.

Heerlijk, lente.

Afbeelding

Harder dan mijn gedachten (bouw wellness 4)

Op de bouw klinkt lawaai, natuurlijk. Zo ook op onze bouw van mijn wellness resort aan huis, ook wel mantelzorgunit genoemd. Een bijzonder eigenaardige titel. Moet de mantelzorger hierin gaan wonen?

Wij hebben ervoor gekozen om tijdens de bouw in ons huis te blijven wonen en niet een paar weekjes op vakantie te gaan. Het gaat wonderbaarlijk goed. Alles loopt op schema er gaan geen dramatische dingen mis, de bouw vordert gestaag.

De start van elke bouwdag wordt gekenmerkt door de radio. Om klokslag 7:15, iedere ochtend. Direct daarna gevolgd door iets dat immens veel lawaai maakt. Een drilboor, slijptol, freesmachine. Op de radio hadden we gerekend en die staat lang niet zo hard als wij vreesden, maar die machines! We kunnen elkaar niet meer verstaan, ook niet als we schreeuwen. We horen de telefoon gelukkig niet eens overgaan, want een gesprek is toch niet mogelijk. Mijn vriend kan nog dagelijks even ontsnappen door een boodschap te gaan doen en vindt het zelfs relaxed dat hij kan gaan werken. Ik zit de hele dag aan de andere kant van het houten schot in onze kamer en ben oprecht blij als het rolstoelvervoer er is om me naar het ziekenhuis te brengen. Even weg van het lawaai. In het ziekenhuis gaat alles voor de verandering zonder al teveel uitlooptijd en ik ben thuis voordat de bouwers naar huis zijn.

Ik zit weer achter het schot in de kamer. De bouwradio staat nog steeds aan, de bouwers schreeuwen en het lawaai van de machines gaat harder dan de telefoon, harder dan mijn stem, harder dan mijn gedachten.