Tagarchief: mobiliteit

Wiel opnieuw uitvinden

Ik heb een nieuwe rolstoel, een hele mooie rooie, een actieve vastframe rolstoel. Het interessantste eraan zijn de motortjes in de grote wielen. Ik had al wielen met motortjes die een soort van ‘trapondersteuning’ boden, maar deze fabrikant heeft een vergelijkbaar wiel volledig opnieuw uitgevonden.

Op deze wielen zit, behalve trapondersteuning ook nog een kleinere hoepel en als ik daar tegenaan duw, dan gaat de rolstoel volledig elektrisch! Dat is nieuw voor me, een actieve vastframe rolstoel met wielen die een luie stand hebben. Om het motortje te laten draaien moet ik wel deze hoepels wel vast blijven houden.

Op een fietspad in de buurt ga ik het uitproberen. De snelheid die de wielen in hun luie stand kunnen halen vind ik eng, tien kilometer per uur (hardloop-snelheid). Dat is zittend in zo’n stoel best wel hard, vooral nu blijkt dat de wielen remmen (en tot stilstand komen) wanneer ik de hoepels ook maar eventjes loslaat. Ze remmen op hun eigen motortje wat best oké klinkt, maar als de rolstoel bij tien km per uur opeens hard afremt is dat steeds weer schrikken. Mijn spieren protesteren als ik me voor de zoveelste keer schrap moet zetten.

Ik zie een jogger het fietspad opkomen en ga achter hem aan. Grappig hoe ik, terwijl de rolstoel volledig elektrisch (en geruisloos) al het werk doet, deze snelheid kan bereiken. Als ik naast hem ben wil ik als een winnaar mijn armen in de lucht gooien.

Ik laat de hoepels los … en sta stil.

IMG_0647

Advertenties

Een knalrode

De grote verrassing was eigenlijk al dat een ambtenaar van de gemeente wilde meedenken over mogelijke oplossingen voor mijn problematische mobiliteit. De voorgestelde oplossing komt als een verrassing en ‘valt nogal rauw op m’n dak’, namelijk een elektrische rolstoel. Het is vooral onaangenaam omdat ik weet dat hij gelijk heeft en tegelijkertijd absoluut geen elektrische rolstoel wil. Ik wil gewoon een mij zo vertrouwde en sportieve vastframe-rolstoel, met grote wielen waarmee ik zelf kan ‘hoepelen’.

Met weemoed denk ik terug aan mijn eerste rolstoel, een sportieve knalrode. Eigenlijk wilde ik destijds helemaal geen rolstoel, maar deze werkte zo goed voor mij (makkelijk rollen, mooie rolstoel en onverwacht veel winst doordat ik niet hoefde lopen) dat ik er jarenlang veel gebruik van heb gemaakt.

Inmiddels is deze mooie, knalrode rolstoel verleden tijd en rol ik rond met een handbewogen rolstoel -in onduidelijke kleur- met motortjes in de wielen voor de broodnodige ‘trapondersteuning’. Maar ook deze is niet meer goed genoeg en iedereen lijkt een elektrische rolstoel de oplossing te vinden, maar ik wil ook nog zelf kunnen hoepelen.

Gelukkig weet ik dat er een soort van compromis bestaat. Een gewone rolstoel, met wielen die, naast de ‘trapondersteuning’, ook volledig elektrisch voortbewogen kunnen worden. Het zijn wielen met twee hoepels per wiel, een grote en een kleintje rond de as. Rest mij nog om ze van deze oplossing te overtuigen.

Het spannende moment is aangebroken, ik zit bij de rolstoelleverancier om uit te proberen en te besluiten met welke nieuwe rolstoel ik voorlopig ‘uit de voeten kan’. Paniekerig besef ik dat er alleen volledig elektrische voor me klaarstaan. Dan opeens zie ik ook een gewone rolstoel met wielen waarop twee ringen zitten! Ik mag het testen en na even op de parkeerplaats rond geracet te hebben is ieders conclusie: een vastframe-rolstoel met deze wielen is de meest ideale oplossing. Mij rest de kleur te kiezen.

Het wordt een knalrode

Keukentafelgesprek

Straks krijg ik de mogelijkheid om een WMOtaxipasje aan te vragen in een ‘keukentafelgesprek’, ondanks dat onze keuken te klein is om een tafel in te zetten.

Om de tijd nuttig te doden heb ik de hele ochtend geoefend met Sykes en geprobeerd haar nog wat hulphond commando’s bij te brengen. Vanwege mijn fysieke achteruitgang, denk ik dat het nuttig is om vandaag met haar te trainen op het brengen van dingen. Nu heb ik meteen goede afleiding, want ik word toch best wat nerveus voor dat keukentafelgesprek. Sykes brengt me een flesje water, ik prijs haar uitbundig en geef een beloningsbrokje. Na het brengen van sokken (te aantrekkelijk om te negeren) en het kartonnetje van een WC-rol (vergissing) komt ze me druifjes brengen, zonder deze stuk te maken. Ik prijs haar haast op de automatische piloot en beloon haar met een brokje.

Zojuist is hij hier geweest, de gemeenteambtenaar. Sykes kwam onder mijn stoel liggen, alsof ze me wilde steunen. De ambtenaar is veel jonger dan ik verwachtte. Hij hoort mijn verhaal aan en … denkt mee! Tot mijn aangename verrassing heeft hij een relevante vooropleiding en kennis van zaken. Voor het eerst verloopt het gesprek met een ambtenaar positief, wat een verademing. Al snel zegt hij me het pasje toe.

Ik moet de neiging beheersen om hem een beloningsbrokje te geven.

WMO-rolstoel-taxi-pasje

Ik heb me jarenlang verzet tegen het aanvragen van een rolstoeltaxi-pasje bij de WMO. Het gedoe met de gemeente, aanhoren van zoveel onbegrip, haast moeten smeken om iets te krijgen van de ambtenaren die mij in het verleden hebben uitgemaakt voor “dief van gemeenschapsgeld” en door wie mijn vriend “hardvochtig” werd genoemd, omdat hij (toen nog geen 35) niet mee wilde naar een bejaardenwoning.

Inmiddels is er veel veranderd bij de aanvraag van zo’n pasje en de ambtenaren hebben ondertussen cursussen moeten volgen over gehandicapten en gesprekstechnieken. Maar er was toch echt een sterke motivatie nodig om mijn weerstand te overwinnen en die diende zich afgelopen maand aan, met onverwachte gevolgen.

Omdat ik vluchtelingen help bij het leren van de Nederlandse taal en ik me graag onderdeel voel van de groep ‘taalmaatjes’, wil ik bij hun bijeenkomsten aanwezig zijn. Ik kan toch moeilijk elke keer mijn vriend vragen om te rijden of een dure taxi bestellen? En dus besluit ik eindelijk dat WMO-pasje voor rolstoelvervoer aan te vragen. Na veel gezoek en gebel (het pasje dat ik kocht bij de vervoerder blijkt niet te gelden voor mensen in een rolstoel), stuurt een WMO-ambtenaar me het aanvraagformulier toe dat ik direct invul. Telefonisch legt ze me uit dat ik een ‘keukentafelgesprek’ krijg, waarover ik verbaasd ben, want ik heb mijn rolstoel van de gemeente, daarover hebben zij toch wel een dossier? “Nou ja, het keukentafelgesprek kan ook in de vorm van een telefoontje.”

Het onverwachte effect van mijn actie dit pasje aan te vragen is dat ik me opeens zo vrij voel! Ik kan dan met een betaalbare taxi naar die bijeenkomsten van de taalmaatjes, maar ook naar mijn familie, vrienden en zelfs naar mijn favoriete kapper. Ik hoef niet steeds anderen te vragen om me ergens heen te brengen, of me zorgen te maken omdat mijn vriendin met auto nog niet naar huis wil en ik al wel.

Helaas blijkt er wel een wachttijd van acht weken voor dat keukentafel- of telefoon-gesprek.