Maandelijks archief: november 2014

Verziekt gehandicaptenpensioen

Hoe dom! Hoe kon ik nu denken dat ik ze allemaal gehad had, die niet willende en niet meedenkende (semi-)ambtenaren? Ik dacht ze allemaal beschreven te hebben (boek is hier op site te vinden): het CIZ, het UWV, het CBR, de gemeente en de WMO. Maar ik was nog een groep vergeten, die van de pensioenfondsen.

Na enig heen en weer gebel en geschrijf werd me door het pensioenfonds waarbij ik het laatst was ingeschreven toegezegd dat zij mijn premievrije pensioen (arbeidsongeschikheidspensioen) vanaf mijn ontslagdatum tot aan mijn pensioen zouden blijven opbouwen. Dat was heel mooi. Misschien wel te mooi om waar te zijn.

Inderdaad, vorige week ontving ik een brief dat ik hier helemaal geen recht op heb, ze hebben de toezegging vanaf mijn ontslagdatum weer teruggedraaid. Het probleem zou zijn dat ik voor mijn ontslag al arbeidsongeschikt was. Ja hèhè, dat ben ik al sinds 2007 volgens het UWV. Sinds die tijd heb ik nog drie verschillende werkgevers gehad, met drie verschillende pensioenfondsen. Steeds was voorafgaand aan mijn arbeidsovereenkomst duidelijk dat ik een zogenoemde arbeidsgehandicapten-status heb. Iedereen was daar tevreden mee, vooral mijn werkgever die hierdoor kon profiteren van aantrekkelijke vergoedingen door het rijk en minder premieafdracht.

Toen ging het mis met mijn gezondheid. Ik werd langdurig ziek, kon mijn functie niet meer uitvoeren en werd ontslagen. Het pensioenfonds zou vanaf dat moment premie moeten gaan afdragen maar komt opeens tot de ontdekking dat ik al ziek was voor mijn contract inging.

Natuurlijk was ik niet echt ziek, ik heb gewerkt als een paard, maar ik had een papiertje waarop het UWV meldt dat ik een arbeidshandicap heb. Vanwege dat papiertje was mijn werkgever tevreden, het UWV gelukkig omdat ik nauwelijks nog uitkering van ze kreeg en het pensioenfonds opgelucht omdat zij geen arbeidsongeschiktheidspensioen hoefden af te dragen. De enige die niet blij was, dat ben ik.

Ik voel me een genaaide en rechteloze arbeidsgehandicapte.

Advertenties

Ervaringsdinges

Voordat ik die megaschub (MS-terugval) kreeg en op de afdeling ‘dwarslaesies’ van een revalidatiekliniek terecht kwam, was ik bezig met het schrijven van een wetenschappelijk artikel waarin het inzetten van ervaringsdeskundigen onderuit wordt gehaald. In de psychiatrie en de verslavingszorg, waar ik werkte, wordt er weliswaar graag gebruik van gemaakt, maar welbeschouwd is dit natuurlijk klinkklare onzin. Oké, ze hebben een psychiatrische aandoening en daardoor ervaring, maar dat maakt ze nog niet deskundig! Hoewel ze dat wel graag van zichzelf lijken te denken, maakt het ze nog geen goede behandelaars.

Tijdens mijn revalidatie had ik tijd om alles nog eens te overdenken. Weinig verrassend blijkt uit onderzoek dat het inzetten van ervaringsdeskundigen vooral goed is voor de ‘deskundigen’ zelf. Ze hebben een rol, stellen iets voor en voelen zich belangrijk, kortom het is goed voor hun eigenwaarde en dat is natuurlijk wel veel waard. Ik ging twijfelen want ook in voorlichting en in het kader van verbondenheid tussen patiënten, het onderlinge begrip, bleken ervaringsdeskundigen een sleutelrol te spelen.

Aangezien mijn revalidatie langer duurde dan ik gedacht had en mijn werkgever me niet meer wilde, is dat artikel er nooit gekomen. Ondertussen was ik er ook iets genuanceerder over gaan denken. Natuurlijk ben ik niet meteen neuroloog omdat ik MS-ervaringsdeskundige ben, maar ik weet wel hoe het voelt om MS te hebben.

Afgelopen bezoek aan het ziekenhuis werd me gevraagd of ik misschien vrijwilliger wilde worden als ‘MS-coach’. Eigenlijk is het een giller. Mij, de hypercriticus over ervaringsdeskundigheid, is gevraagd om als ervaringsdeskundige deel uit te gaan maken van het MS-centrum dat juist is opgericht.

En wat doe ik? Ik ben zeer vereerd en zeg: “Ja, heel graag”.