Maandelijks archief: februari 2013

Ode aan de knutselclub

Spottend noemden we het ‘de knutselclub’ als wij revalidanten het hadden over AT, activiteiten therapie. We leerden daar (opnieuw) schilderen, breien, plakken, mozaïeken, kleien en zagen. Alles wat in onze herinnering thuishoorde in de knutselclub.

Mijn bijkeuken verraadt de aanwezigheid van een knutselliefhebber. Er liggen lapjes, stukjes hout, schilderijtjes, verf, lege (beschilderde) potten, lijm, een schaar, wol en tekendozen.

Mijn pergola hangt aan elkaar van de zelf getimmerde vogelvoederhuisjes en mijn schutting lijkt een favela van broedhuisjes. Onder de vuurkorf een mozaïek van kapotte potten in beton.

Ik heb niet al het benodigde gereedschap voor mijn ideeën binnen handbereik. De relatie tussen de houtzaag, mijn onhandigheid en bloedverdunners is een moeizame. De zaag wordt angstvallig uit mijn buurt gehouden, de scherpe mozaïekstukjes ook.

In werkelijkheid zal het allemaal zo’n vaart niet lopen. Ik doe niet zoveel zelf. De vogelhuisjes zijn door vriendinnen gemaakt. Ik lever alleen de ideeën aan. Ook dat klinkt weer als de knutselclub, waar ik veel geholpen werd door een stagiaire die in feite ‘mijn’  werkjes maakte.

Maar wat moet ik anders op een dag doen? Waar krijg ik een voldaan gevoel bij? Welke activiteit is gezellig en voelt ook goed voor mijn bezoek?

Mijn eigen knutselclub.

 

Afbeelding

Advertenties

Schoenen kopen

Ik heb zenuwpijn onder mijn voeten. Als ik ga staan is het een scherpe, opvlammende pijn. Bij elke waggelende stap die ik maak bijt ik op mijn tanden, zenuwpijn is niet fijn. Er valt helaas niet zo heel veel meer tegen te doen dan de middelen die ik al slik en dus moet ik ermee omgaan totdat het minder wordt.

Als ik schoenen draag met een zachte zool, met vooral veel demping in de hak, dan gaat het best. Deze schoenen moeten me wel genoeg ondersteuning geven. Wandelschoenen dus.

Ik heb wel schoenen waar ik redelijk op kan staan, maar die zijn al oud. Ik had ze dagelijks aan tijdens mijn revalidatieperiode. Dat was geen fijne tijd en ik heb zoveel weerstand tegen deze stomme schoenen uit die stomme revalidatieperiode met die stomme looptrainingen, dat ik een knoop in mijn maag krijg als ik de schoenen aantrek. Tijd voor nieuwe dus.

Met mijn ouders ging ik de stad in. Mijn vader duwde mijn rolstoel, mijn moeder volgde op enige afstand. Ze kon het tempo van mijn vader niet bijhouden. Zou het aan haar schoenen liggen?

In de buitensportzaak stond er niets van mijn gading, maar leerde ik wel dat ik eigenlijk op zoek was naar schoenen die speciaal gemaakt worden voor mensen die gaan hardlopen in de bergen. De nieuwste trend. We gingen op zoek naar de hardloopzaak, maar die was gesloten.

Tenslotte kwamen we bij een grote sport-keten. Ook daar hadden ze weinig geschikte exemplaren. De hardloopschoenen waren te zacht,  de wandelschoenen te zwaar en bovenal, te lelijk! Eindelijk vond ik een geschikt paar schoenen. Niet te zwaar, goede demping in de zool. Wel lelijk, maar het kon toch best? Ik keek nog eens goed naar de schoen aan mijn voet, toen naar mijn oude ‘revalidatieschoen’ aan mijn andere voet.

Het was dezelfde.

 

 

Nadeel van voordelen

Mijn traplift heeft de snelheid van een naaktslak en doet er meer dan een minuut over om naar de eerste verdieping te komen. Ter vergelijking, lopend doe je er acht seconden over. Ook buiten heb ik een lift. Deze plateaulift is iets sneller, maar nog steeds tergend langzaam, vooral als het regent.

Mijn mooie rolstoel is sportief en niet inklapbaar, wat betekent dat mijn gezellige vriendin, die met me de stad ingaat, ofwel een grote auto moet hebben, of de rolstoel uit elkaar moet halen.

Het is heerlijk dat ik weer thuis ben. Mijn eigen huis, mijn huiskamer, mijn uitzicht en mijn poezen. Het grote nadeel is dat ik nauwelijks buiten kan komen, zonder hulp al helemaal niet.

Ik hoef nooit naar de trombosedienst. Zij komen bij me thuis, ergens tussen 8:00 en 12:00. Soms moet ik vier uur wachten. De thuiszorg komt me thuis douchen en voorkomt dat ik zing onder de douche. Dat is voor mijn buren dan weer een voordeel.

De fysio- en ergotherapeuten komen aan huis, want ik kan niet bij hen komen. Op deze manier kom ik dus helemaal nergens meer.

Er zijn ook voordelen aan de nadelen. Even denken.

Voor mijn kiezen

Door verwaarlozing van mijn gebit heb ik drie gaatjes. Dat is gek, want ik heb nooit gaatjes, ik poets ook altijd erg goed. Behalve het afgelopen jaar dan.

Minstens de helft van het jaar, tussen de vorige controle en nu, zijn mijn tanden gepoetst door verpleegkundigen. Het poetsen van andermans gebit is lastig. Zeker als diens hoofd er nog aan vastzit!

De eerste keer dat ik het weer zelf wilde proberen stonden de verpleegkundigen me, haast juichend, aan te moedigen. Ik hield de tandenborstel op mijn kiezen en bewoog mijn hoofd heen en weer. Ja leuk, maar goed poetsen is toch anders. En nu heb ik dus drie gaatjes die gevuld moeten worden.

Daar lig ik dan. De tandarts vraagt of ik verdoving wil. Vrienden vertelden me eens hoe ze lang daarna nog een gevoelloze kwijlmond hadden. Precies zoals ik door de MS bij tijd en wijlen heb. Dat wil ik niet, want stel je voor dat mijn MS dit ideetje van de verdoving overneemt en ik er vervolgens maanden niet meer vanaf kom. Ik doe het niet. Ik durf het niet.

De tandarts vindt me stoer. Na de vijftig minuten die het duurde, vindt ze me enorm stoer.

Ik voel me een enorme schijtert.

Poep

Decennia ging het goed. Ik hoefde er nooit bij na te denken. De normaalste zaak van de wereld. Totdat ik MS kreeg. De vanzelfsprekendheid was eraf. De grote boodschap was verworden tot het grote probleem. Ik moest opnieuw leren poepen en kreeg daar zelfs les in. Super gênant. Voor mij dan wel te verstaan, want de bekkenfysiotherapeute had er geen problemen mee.

Maar toen kreeg ik een reuzen schub,  ik was volledig verlamd, kon me niet meer bewegen. Om de nacht kreeg ik een zetpil van de nachtzuster, zodat ik ’s ochtends in mijn eigen poep lag, wat door de ochtendzuster werd opgeruimd. Vreselijk, om zo afhankelijk van verpleegkundigen te zijn. Zij vertelden me lief dat het niet erg was, dat ze dit zo vaak meemaakten, dat zij het gewoon even voor me opruimden. Nee, kennelijk vonden zij het niet erg, maar ik wel!

Gelukkig knapte ik op en doordat ik weer kon zitten en bewegen, maakten mijn darmen een soort van doorstart. Ik kon weer poepen. Op de WC. Dat was het mooiste moment van mijn herstel.

Als ik weer eens een nachtmerrie heb over deze revalidatieperiode, gaat deze steevast over wakker worden in mijn eigen poep.

Vette shit.