Coronaregels in het ziekenhuis

De afgelopen dagen merkte ik hoe verwarrend verschillende coronamaatregels kunnen zijn in ogenschijnlijk dezelfde omstandigheden. De ziekenhuizen liggen nota bene nog geen vijf kilometer van elkaar vandaan. 

Het ene ziekenhuis stuurde me enkele dagen vooraf een vragenlijst die ik digitaal moest invullen. Gisteren werd me in de hal van het ziekenhuis gevraagd of de antwoorden nog steeds overal ‘nee’ op waren. De beloning was een groen kaartje, dat ik verderop in de hal moest laten zien. Ook kreeg ik een mondkapje mee dat ik verplicht moest opzetten. Zo’n witte, waar je zo van gaat zweten. 

Mijn eigen mondkapje mocht ik niet gebruiken. Het ziekenhuis wil hiermee voorkomen dat bezoekers het mondkapje uit hun zak trekken, met een zwier opzetten en zo bacteriën en virussen door de lucht verspreiden. Het klinkt logisch en herkenbaar, ik heb gezien dat sommigen het mondkapje zelfs eerst even uitkloppen.

Dit was gisteren, vandaag ben ik in het andere ziekenhuis en is alles anders. Opnieuw kom ik binnen via een grote entreehal, maar tot mijn verbazing is er niemand die me Corona gerelateerde dingen vraagt. De loketten die voorheen dienst deden als Corona-check-in-balie staan er verlaten bij. 

De wachtkamer van de polikliniek, waar ik zijn moet, bestaat uit een brede gang. Evenredig aan de rij deuren van de behandelkamers staat een lange bank, met een beschermende hoge rug tegen het verkeer in de gang. In mijn rolstoel ga ik naast de bank zitten. Achter mij is het druk, vlak achter mij langs lopen patiënten, bezoekers en personeelsleden, niemand heeft een mondkapje op. Een wildvreemde man houdt zich vast aan mijn schouder, hij staat stil om een bed te laten passeren. 

Wanneer ik de behandelkamer in geroepen wordt, heeft tot mijn stomme verbazing de specialist wél een mondkapje op en doet dit gedurende het hele consult niet af.

“Ons ziekenhuis hanteert strenge coronaregels mevrouw.”

Oude douchestoel

Verwoed schob ik mijn douchestoel in een poging hem weer een beetje mooi te maken. Hoewel niet stuk, is hij toch wel aan vervanging toe. Op de vele moeilijk bereikbare plaatsen­ – scharnieren van armleggers, pootjes, randen en het opklapsysteem ­– is het kunststof verkeurd van wit naar bruin-roze. De stoel ziet er versleten uit en is moeilijk schoon te krijgen. De kussentjes in zit- en rugleuning haal ik los om ze straks goed onder handen te nemen.

In een webwinkel zag ik eerder vandaag precies dezelfde douchestoel langskomen. De foto, de naam, productomschrijving, afmetingen, montagehandleiding, alles klopte. Wat fijn dat hij nog steeds verkocht werd, dat zou betekenen dat de oude boorgaten opnieuw gebruikt konden worden. Om er zeker van te zijn dat het om exact hetzelfde stoeltje ging en ik niet opnieuw gaten hoefde te laten boren, controleerde ik het productnummer en nam ik me voor bij twijfel contact op te nemen met de verkoper. Over de kosten maakte ik me geen zorgen. Destijds was het een van de goedkoopste douchestoeltjes, dus dat zou wel loslopen. Normaal gesproken bekijk en vergelijk ik de prijs als eerste, ditmaal doe ik dat stom genoeg als laatste. Het stoeltje blijkt in prijs te zijn vervijfvoudigd. 

Geïrriteerd om deze uitbuiting heb ik mijn poetsspullen gepakt en ben met een schuursponsje in de aanslag voor mijn douchestoel gaan zitten. Hier zit ik dan, mijn poetspogingen worden solidair gade geslagen door Sykes – onze bijna-hulphond. Na een poosje hard poetsen stop ik even vanwege kramp in mijn armen, de stoel wordt nu al mooier. Ik kijk om me heen waar ik de kussentjes neergelegd heb.

In de deuropening ligt Sykes me tevreden aan te kijken, kauwend op een kussentje.

opgeladen

Nooit gedacht dat mijn scooter zo belangrijk voor me zou worden, het biedt zoveel vrijheid! Tweemaal per week rijd ik in mijn rolstoel, op de scooter naar de fysiotherapie en als ik dat zou willen, kan ik onderweg ook nog even stoppen bij die leuke bloemenzaak. 

Helaas diende zich afgelopen winter een probleem aan. Na een ritje naar de fysio, heen en terug nog geen zes kilometer, was de accu leeg. Even dacht ik dat het aan het koude weer lag want dan presteren accu’s minder, maar zo weinig? Inmiddels is het niet meer zo koud en zouden de accu’s dus weer op volle sterkte moeten werken, maar nog steeds zijn ze na vijf kilometer bijna leeg. Na een telefoontje met de leverancier, kwam een monteur kijken, controleerde de accu’s en stelde mij ‘gerust’, met de accu’s was niets mis. 

Het was helemaal geen geruststelling want de actieradius was er geen meter mee opgeschoten. Opnieuw gebeld, ditmaal werd mijn scooter meegenomen naar de werkplaats waar ze de accu’s goed zouden doormeten. Tot mijn grote opluchting brachten ze hem dezelfde dag alweer terug. Er bleek niets mis met de accu’s, maar ze hadden de ketting gespannen waarmee ze het probleem van dat rare geluid hadden opgelost. Rare geluid? Er was nooit een raar geluid geweest. In de ijdele hoop dat de accu’s niet meer zo snel zouden leeglopen door de juiste kettingspanning, reed ik naar de fysio.   

Opnieuw redde de scooter het net tot aan huis, weer belde ik met de leverancier. De monteur had weliswaar nieuwe accu’s bij zich, maar na doormeting bleken de oude nog goed te zijn. Ik had een deja vu. De scooter zal weer naar de werkplaats worden gebracht, daar hebben ze namelijk betere apparatuur om mijn accu’s door te meten. 

Kennelijk ben ik de enige die inmiddels denkt dat het misschien níet aan de accu’s ligt.

 

Onversleten schoenen

De lente komt eraan. Het lijkt echt waar te zijn. Mijn telefoon heeft drie weerappjes, alle drie met hetzelfde beeld: een paar dagen lenteweer met fijne temperaturen en veel zon. Het is weliswaar geen lange periode, maar vrolijk bedenk ik me dat het lang genoeg is om op zoek te gaan naar nieuwe schoenen. 

Op populaire en minder fameuze websites zoek ik uren achter elkaar. Glimlachend staar ik voor me uit, ik zie al helemaal voor me hoe ik op mijn nieuwe schoenen ­aan kom wandelen. “Ze lopen heerlijk”, lees ik in een review. 

Verlekkerd kijk ik naar het reclamefilmpje, waar een meisje vlot door het beeld loopt op die leuke schoenen. Feitelijk kan ik zelf nauwelijks lopen en moet ik het dus een beetje met dit filmpje doen.

Jaren geleden heb ik een vergelijkbaar paar schoenen gekocht, bedenk ik me opeens. In mijn rolstoel rol ik naar de hal en wanneer ik de schoenenkast open zie ik ze meteen, zo goed als nieuw staren ze me aan. Vaak gedragen, maar nauwelijks versleten. 

In gedachten laat ik het meisje nog eens langslopen, dan annuleer ik mijn bestelling. 

Onder een groen laken

Vanonder mijn wimpers kan ik net door dat gat in het operatielaken heen kijken. Ze gaan me nu verdoven. Ik zie en voel een naald mijn neus in gaan, dan een paar in mijn wang en één in mijn bovenlip. Even later zie ik de punt van een mes, iets bloederigs en vingers. Achter deze voorstelling, is er een fel licht, alsof de zon schijnt. 

Mijn verwachting was dat ze alleen de huidkanker weg zouden halen, het was maar een klein ‘dingetje’ op mijn neusvleugel, maar het lijkt erop dat ze een enorm gat in mijn wang aan het maken zijn. Ze blijven maar graven. Nu wordt het vervelend, omdat ik denk dat ze mijn bot hebben bereikt. Hoewel het goed verdoofd is, voelt het toch alsof ze daar iets vanaf aan het schrapen zijn. 

Een van de stemmen zegt dan: “als je door het slijmvlies gaat heeft dat prioriteit, dat moet direct gehecht worden, maar dat gebeurt eigenlijk nooit”. Welja, sta lekker les te geven terwijl je in mijn gezicht aan het graven bent.  

Nadat ‘het lab’ het weggehaalde weefsel bekeken heeft, word ik teruggeroepen. Het was nog niet groot en diep genoeg, het moet nog eens. Weer dat groene laken, de verdoving en de mesjes. 

De derde keer is het wel goed en mag het verbonden worden. Wanneer het (nood-)verband eraf gaat ben ik erg benieuwd. Met mijn mobieltje maak ik een selfie en schrik me een ongeluk.

Tzjezus wat een gat! Het wordt pas over een paar dagen dicht gemaakt en de randen mogen niet uitdrogen, dus smeert de assistente vaseline ín dat vreselijke gat. Of ik dat thuis ook even wil herhalen. 

Het liefst zou ik terug willen kruipen onder dat groene laken, waar ik door het gat de zon zie schijnen.

Autonomie

Omdat ik graag op bezoek wil bij een bijna 100-jarige kennis die me erg dierbaar is, bel ik haar om een afspraak te maken. Op de achtergrond hoor ik een van haar dochter zich met ons telefoongesprek bemoeien. Zij is bang dat haar moeder teveel hooi op de vork neemt op de door mij voorgestelde datum. In de ochtend komt er ook al iemand van de thuiszorg. De oude dame stribbelt tegen, ze wil mij graag zien en ik haar. 

Ze heeft soms hiaten in haar korte termijn geheugen. Hier en daar heeft ze gaatjes in haar hersenen, zo stel ik me dat voor. Om te voorkomen dat ze afspraken vergeet ligt haar agenda naast de telefoon. Dat leek lang een goede oplossing, tot nu.

De dochter zegt dat ze haar zus gaat bellen. Ze klinkt als een boze juf die je ouders gaat bellen. Op de achtergrond hoor ik haar druk in overleg. Zacht zegt de hoogbejaarde vrouw in de telefoon: “ik schaam me zo, ik schaam me zo vreselijk”. 

Hoewel ik pas de helft van haar leeftijd ben, is dit erg herkenbaar. Met MS en zittend in een rolstoel heb ik wel vaker te maken gehad met de bemoeienis van mensen die het goed bedoelden. Mensen die over mijn ‘lot’ bepaalden, terwijl ik toch ook graag een stem wilde hebben in het overleg. Alsof ik hun permissie nodig had. Ja, dat klinkt allemaal vertrouwd. 

Kennelijk vindt de zus die gebeld is dat ma een afspraak met mij wel aan moet kunnen. De dochter die met haar zus wilde overleggen hoor ik nog wat tegensputteren voordat ze ophangt. 

Gespannen wachten de bijna 100-jarige als ik op de uitslag.

December kalender

De vroegere advent-kalender heet tegenwoordig december-kalender. Het is waarschijnlijk de christelijke herkomst van de eerste dat er nu voor het neutralere ‘december’ wordt gekozen. Als kind was ik al verzot op deze kalenders met elke dag een chocolaatje achter het luikje. Tegenwoordig ben ik er nog steeds dol op.

Van lieve mensen die weten welke aantrekkingskracht de kalenders met verrassings-luikjes op mij hebben, kreeg ik een prachtexemplaar met een schattige hond op de voorkant. Een extra dikke, vast en zeker met extra dikke chocolaatjes.

Eindelijk is het zover en mag ik het eerste luikje openen, het snoepje ziet er vreemd uit, niet echt smakelijk. Sykes, onze bijna-hulphond, komt nieuwsgierig kijken. Chocolade is slecht voor honden, dus ik gebied haar niet te schooien. Het snoepje heeft de vorm van een hondenbeloningssnoepje en ruikt daar zelfs naar. In de hoop dat het beter smaakt dan ruikt probeer ik een klein stukje. 

Geschokt door de vieze smaak, besluit ik op de achterkant te kijken naar de ingrediënten. Daar staat met grote letters te lezen dat het niet geschikt is voor menselijke consumptie. 

Het is een hondensnoepje.

Ondersteuning

Onderweg naar het ziekenhuis sta ik stil voor een stoplicht. Bij groen licht draai ik aan de gashendel, maar er gebeurt helemaal niets. Andere fietspad gebruikers komen me links en rechts voorbij. Gasgeven luk pas weer nadat ik mijn scooter helemaal uit en weer aan heb gezet.

De scooter laat ik op een verhoging in de buurt van de hoofdingang achter. Het is geen probleem dat ik op de terugweg bergop moet om er weer bij te kunnen. Met de elektrisch ondersteunde wielen aan mijn rolstoel, rol ik met gemak dit hellinkje op.

De mammografie is zoals gewoonlijk een pijnlijke aangelegenheid. Onder vriendinnen wordt het de ‘tietenpletmachine’ genoemd. Ditmaal zit er toch ook een positieve kant aan dit Spartaanse röntgenapparaat. Bij een onverwachte duizeling val ik niet om, zoals gewoonlijk, maar blijf hangen aan mijn vastgeklemde borst. 

Wanneer ik, geholpen door mijn elektrische wielen, hard naar de uitgang wil sjezen hoor ik een aantal piepjes. Bij elk piepje zie ik één indicatie-lampje uitgaan en de ondersteuning valt volledig weg. Gelukkig zijn de vloeren van het ziekenhuis glad, dat vergemakkelijkt de lange rit naar de uitgang een klein beetje.

Eindelijk buiten rol in puffend omhoog naar mijn scooter, maar het lukt me niet om erbij te komen. Juist als ik op het punt sta om iemand te bellen – en eerlijk gezegd, in paniek te raken ­– vraagt een wildvreemde of hij me kan helpen. Als ik dan eindelijk vlot weg wil rijden, gebeurt er helemaal niets. Ik moet het apparaat weer helemaal uit en aan zetten.

De meeste ondersteuning kwam vandaag uit onverwachte hoek, toen ik bleef hangen aan de pletmachine.

We zijn er bijna

Voor onze caravan zitten we toe te kijken hoe een kleine caravan op de plaats tegenover ons wordt neergezet. Ze zetten een zonnige luifel op met mooie bloemen in de kleuren geel en oranje. De plek wordt verder ingericht met geel en oranje kussens in de campingstoelen, een geel lampje op de campingtafel en daarnaast een oranje windlicht. Naast de caravan wordt een waslijn opgezet – nu al was? – waaraan twee handdoeken worden gehangen, in de kleuren geel en oranje.

Een andere nieuwkomer komt aanrijden in een jeep met een grote dakkoffer. Wanneer de auto geparkeerd staat, wordt de dakkoffer opengeklapt en verandert het in een tentje bovenop de grote auto. De chauffeur is geheel in stijl gekleed in een zandkleurige broek met grote zakken en daarboven een jack dat een boswachter niet zou misstaan. Zijn enorme omvang en de reclame op de auto van een verhuurbedrijf van bijzondere kampers, doen vermoeden dit het geen doorgewinterde Afrika-ganger is. 

Bij het sanitair gebouw ontmoet ik een mevrouw met een mondkapje op, ze is bang het coronavirus op te lopen vanwege haar slechte gezondheid. Om ons gesprek wat luchtiger te maken vertelt ze over dat leuke stadje net over de grens in Duitsland, zeker het bezoeken waard. Een nadeel is dat je daar een mondkapje moet dragen. Wanneer ik zeg dat ik die niet bij me heb, denkt ze even na en komt dan met de oplossing;

Ik mag die van haar wel lenen.

Hete test

Het is duidelijk dat ik een keelontsteking heb, tenminste voor mij. De thuiszorg vindt mijn keelklachten verdacht en volgens protocol komen ze alleen nog langs voor de beslist noodzakelijke zorg. Mijn haar wassen hoort daar kennelijk niet bij. Wat mij betreft ligt dat toch anders, maar protesteren heeft geen zin en dus laat ik me testen op Corona.

Dankzij de TV beelden vrees ik dat er met een lange staaf achterin mijn keel geschraapt zal worden totdat ik ga kokhalzen en door een stokje in mijn neus te steken zal het vast enorm gaan bloeden.

De opgegeven testlocatie is de parkeerplaats achter het GGD gebouw. Het is bloedheet en ik zit zonder enige bescherming op mijn scoot in de brandende zon. Ik ben niet de enige die zonder auto is gekomen, maar wel de enige met een grote en onhandige rolstoel-scootmobiel.

Op de parkeerplaats staan verschillende witte tenten opgesteld en uit die tenten zie ik grote luchtpijpen komen: de tenten hebben airconditioning! Op slag slaan mijn licht lugubere verwachtingen om in dagdromen over een heerlijk koele tent waar ze frisse stokjes als ijsjes in mijn keel gaan steken.

Een ‘regelaar’ wijst de mensen waar ze hun auto moeten parkeren en in welke tent ze vervolgens moeten zijn voor de test. Het zweet gutst in straaltjes over mijn rug en terwijl ik niet probeer te denken aan die verzengende hitte, vertelt de regelaar me dat ik maar gewoon naar tent 5 moet rijden en daar verder geholpen zal worden. Voor tent 5 staat inderdaad een jongeman op mij te wachten. Om het voor mij niet te moeilijk te maken, is besloten dat ik het best op mijn scoot kan blijven zitten en dat hij buiten de test bij me af zal nemen.

Ik mag de tent niet in.